ACCORD Lipid onderzoek brengt patiënten met diabetes type 2 en atherogene dyslipidemie nieuwe hoop volgens internationale academische organisatie

26 Maa, 2010, 18:28 GMT Van Residual Risk Reduction Initiative (R3i)

ATLANTA, Georgia, March 26, 2010 /PRNewswire/ -- Het risico op hart- en vaatziektes kan verminderd worden met een bijkomende 31% bij patiënten met diabetes type 2 en atherogene dyslipidemie, de veel voorkomende combinatie van een verhoogd triglyceridengehalte (TG, 204 mg/dL of 2.3 mmol/L of hoger) en een laag HDL-cholesterolgehalte (HDL-C, 34 mg/dL of 0.88 mmol/L of minder). Dit gebeurt door fenofibraat toe te voegen aan simvastatine. Een behandeling van 5 jaar bij slechts 20 van die patiënten is voldoende om een hart- en vaataandoening te voorkomen.

Klik op onderstaande link om het Multimedia Persbericht te bekijken:

http://multivu.prnewswire.com/mnr/r3i/42622/

In de ACCORD Lipid (Action to Control Cardiovascular Risk in Diabetes) studie, die online werd gepubliceerd in de New England Journal of Medicine,(1) kwamen in de groep met atherogene dyslipidemie 70% meer gevallen van hart- en vaataandoeningen (cardiovasculaire dood, hartaanvallen en beroertes) voor dan bij andere patiënten. Eigenlijk was het risico verbonden met atherogene dyslipidemie vergelijkbaar met dat van patiënten die eerder een hart- of vaatziekte hadden gehad (17,3% tegenover 18,1%).

Professor Jean-Charles Fruchart, voorzitter van het R3i (Residual Risk Reduction Initiative), een onafhankelijke Zwitserse organisatie, zei: 'Het R3i heeft zich de laatste twee jaar geconcentreerd op de hypothese dat het restrisico op hart- en vaatziekten bij patiënten die behandeld worden met statine verband houdt met atherogene dyslipidemie.(2,3) ACCORD Lipid bevestigt zowel de hypothese als de waarde van het toevoegen van fenofibraat aan een statine om dit hoge restrisico op hart- en vaatziekten te verminderen. Dit is conform met de huidige richtlijnen van de American Diabetes Association(4) en het National Cholesterol Education Program Adult Treatment Panel III.(5)'

Het voordeel van fenofibraat was alleen merkbaar in de vooraf gespecificeerde groep van diabetespatiënten met atherogene dyslipidemie en niet in de volledige onderzoeksgroep. 'Terwijl patiënten met atherogene dyslipidemie slechts 17% van de deelnemers aan het ACCORD Lipid onderzoek vertegenwoordigden, blijkt het probleem in de klinische praktijk opmerkelijk groter. We proberen dat nu in cijfers uit te drukken in het door het R3i-gesubsidieerde onderzoek naar REsiduAl risk Lipids and Standard Therapies (REALIST), dat uitgevoerd wordt aan de Harvard Medical School en aan meer dan 20 bekende academische centra wereldwijd,' zei Professor Frank Sacks van de Harvard Medical School, Boston, VS en vicevoorzitter van het R3i.

In de ACCORD Lipid studie verminderde fenofibraat ook micro- en macroalbuminurie, indicators van diabetische nierziekte. Dit komt overeen met de resultaten van eerdere klinische studies(6,7) 'De behandeling van diabetische nefropathie is een ernstige zaak. Daarom is het belangrijk om te weten dat fenofibraat voordelen biedt voor die patiënten,' zei Michel Hermans van het Universitair Ziekenhuis Sint-Lucas in Brussel, België en algemeen secretaris van het R3i.

De studie bevestigde ook dat het toevoegen van fenofibraat aan simvastatin geen aanleiding gaf tot een overdreven risico op myopathie (spierproblemen), aderlijke trombose of pancreatitis. Er waren zelfs minder sterfgevallen - zowel te wijten aan algemene als aan cardiovasculaire oorzaken - bij patiënten die behandeld werden met fenofibraat dan bij patiënten die behandeld werden met simvastatin alleen.

R3i leidt nieuw onderzoek naar atherogene dyslipidemie bij diabetes type 2

Atherogene dyslipidemie komt veel voor en verspreidt zich opmerkelijk ten gevolge van de wereldwijde epidemie van diabetes type 2, obesitas en metaboolsyndroom.(8) In de VS zou ongeveer de helft van de patiënten met een verhoogd risico die beginnen met statinetherapie een bijkomende behandeling kunnen nodig hebben om hun triglyceriden te verlagen en/of hun HDL-C te verhogen.(9)

Het R3i speelt in op dit uitermate belangrijk klinisch probleem. 'Gezien de omvang van de wereldwijde epidemie van diabetes type 2 - vooral in ontwikkelingsgebieden - is het aanpakken van atherogene dyslipidemie van cruciaal belang. Als enige onafhankelijke internationale onderzoeksorganisatie die zich bezighoudt met deze kwestie, ontwikkelt het R3i dringend aanbevelingen voor proefondervindelijke strategieën om het risico op resterende vaataandoeningen te verminderen. Momenteel voeren we de eerste wereldwijde epidemiologische studie uit, REALIST genaamd, om de verspreiding van atherogene dyslipidemie en het daaruitvolgende resterend risico op vaataandoeningen vast te stellen. Als gevolg van de ACCORD Lipid studie, zullen we starten met een meta-analyse van de subgroepen van patiënten met atherogene dyslipidemie (hoge TG en/of lage HDL-C) uit vorige studies over fibraat,' zei Professor Fruchart.

Nota aan de redactie

Over ACCORD

Het onderzoek van ACCORD werd gesponsord door het National Heart, Lung, and Blood Institute (NHLBI), dat deel uitmaakt van de National Institutes of Health (NIH) in de VS, en werd uitgevoerd in de VS en Canada. De belangrijkste vraag die in de ACCORD Lipid studie werd behandeld, was of de combinatie van fenofibraat met simvastin, d.i. gericht op verhoogde TG en lage HDL-c met LDL-c, effectiever was bij het verminderen van hart- en vaataandoeningen dan alleen statinetherapie in een groep van 5518 risicopatiënten met gecontroleerde diabetes millitus type 2 die op streefwaarden zitten voor LDL-C. Er werd gekozen voor fenofibraat omdat de analyse van de subgroep uit vorige studies bijkomende voordelen had aangetoond bij patiënten met diabetes type 2 ten opzichte van anderen met abdominale obesitas typisch voor het metaboolsyndroom.(10-14) Nooit eerder had een klinische studie deze strategie onderzocht.

De patiëntengroep die behandeld werd, was echter ruimer dan wat de huidige richtlijnen voor fenofibraat voorschrijven. Volgens de huidige klinische praktijk was de TG bij meer dan 80% van de patiënten niet voldoende verhoogd en was de HDL-C niet laag genoeg voor de behandeling.

De studie van ACCORD Lipid toonde aan dat het uitbreiden van de behandeling met fenofibraat naar deze ruimere groep de primaire of secundaire cardiovasculaire resultaten niet opmerkelijk verbeterde bij de totale onderzoeksgroep van de studie. De studie wees wel uit dat een aanzienlijke vermindering aan van hart- en vaataandoeningen te merken was bij behandeling met fenofibraat-simvastin van patiënten met atherogene dyslipidemie, met een daling van 17,3% in de groep die alleen behandeld werd met simvastin en een daling tot 12,4% bij een gecombineerde behandeling gedurende 4,7 jaar. Dit resultaat ondersteunt de huidige richtlijnen en gangbare klinische praktijk.

Meer informatie over het R3i is beschikbaar op:

De R3i website: http://www.r3i.org

Referenties

1. De ACCORD Studiegroep. Effecten van gecombineerde lipidentherapie bij diabetes millitus type 2. N Eng JMed 2010. DOI:10.1056/NEJMoa1001282.

2. Fruchart JC, Sacks FM, Hermans MP e.a. Het Residual Risk Reduction Initiative: een oproep tot actie om het restrisico op vaataandoeningen te verminderen bij patiënten met dyslipidemie. Diab Vasc Dis Res 2008;5:319-35.

3. Fruchart JC, Sacks FM, Hermans MP e.a. The Residual Risk Reduction Initiative: een oproep tot actie om the restrisico op vaataandoeningen te verminderen bij patiënten met dyslipidemie. Am J Cardiol 2008;102(10 Suppl):1K-34K.

4. American Diabetes Association. Normen voor medische behandeling van diabetes-2008. Behandeling van diabetes 2008; 31(suppl 1): S12-S54. [Update 2009: Samenvatting : normen voor medische behandeling van diabetes-2009. Behandeling van diabetes 2009;32 (suppl 1):S6-S12.]

5. National Cholesterol Education Program (NCEP) Expert Panel over het opsporen, evalueren en behandelen van hoge cholesterolwaarden in het bloed bij volwassenen (Adult Treatment Panel III). Derde rapport van het National Cholesterol Education Program (NCEP) Expert Panel over het opsporen, evalueren en behandelen van hoge cholesterolwaarden in het bloed bij volwassenen (Adult Treatment Panel III). Slotrapport. Oplage 2002;106:3143-421.

6. Keech A, Simes RJ, Barter P e.a. De FIELD studie onderzoekers. Effect van fenofibraattherapie op lange termijn bij cardiovasculaire aandoeningen bij 9795 patiënten met diabetes millitus type 2 (de FIELD studie): willekeurig vergelijkende studie. Lancet 2005;366:1849-61.

7. Ansquer JC, Foucher C, Rattier S e.a. Fenofibrate vermindert de voortgang van microalbuminurie gedurende 3 jaar in een studie met placebo's bij diabetes type 2: resultaten van de Diabetes Atherosclerosis Intervention Study (DIAS). Am J Kidney Dis 2005;45: 485-93.

8. International Diabetes Federation. E-Atlas beschikbaar op http://www.diabetesatlas.org/. [Toegang 12 maart 2010].

9. Nichols GA, Ambegaonkar BM, Sazonov V e.a. Frequentie van behalen van de doelstellingen van het National Cholesterol Education Program Adult Treatment Panel III voor alle belangrijke serum lipoproteïnen na starten van lipiden-wijzigende therapie. Am J Cardiol 2009;104:1689-94.

10. Scott R, O'Brien R, Fulcher G e.a. De effecten van behandeling met fenofibraat bij risico op hart- en vaatziekten bij 9795 patiënten met diabetes type 2 en uiteenlopende componenten van het metaboolsyndroom: de FIELD studie. Behandeling van diabetes 2009;32:493-8.

11. Manninen V, Tenkanen L, Koskinen P e.a. Samengaande effecten van serum triglyceride en LDL cholesterol- en HDL cholesterolconcentraties op het risico op coronaire hartziekten in de Helsinki Heart Study. Implicaties voor behandeling. Oplage 1992;85:37-45.

12. Rubins HB, Robins SJ, Collins D e.a. Diabetes, plasma insuline, en hart- en vaatziekten. Subgroepanalyse van het departement voor Veterans Affairs High-density Lipoprotein Intervention Trial (VA-HIT). Arch Intern Med 2002;162:2597-2604.

13. Tenkanen L, Mantarri M, Manninen V. Enkele coronaire risicofactoren betreffende het insulineresistentiesyndroom en behandeling met gemfibrozil: ervaring van de Helsinki Heart Study. Oplage 1995; 92: 1779-85.

14. Tenenbaum A, Motro M, Fisman EZ, Tanne D, Boyko V, Behar S. Bezafibraat voor de secundaire preventie van myocardiaal infarct bij patiënten met metaboolsyndroom. Arch Intern Med 2005; 165: 1154-60.

BRON Residual Risk Reduction Initiative (R3i)