De jury zal de claims van Huffington tegen de Carlyle Group voor oneerlijke en misleidende daden aanhoren

01 Mei, 2012, 20:57 BST Van Michael Huffington

BOSTON, 1 mei 2012 /PRNewswire/ -- Schadeclaims voor oneerlijke en misleidende daden en praktijken  gericht aan het adres van de Carlyle Group, David Rubenstein, een van de stichters van de  Carlyle Group, T.C. Group, LLC en Carlyle Investment Management LLC, geuit door voormalig congreslid Michael Huffington zullen, tengevolge van een vonnis van een Hooggerechtshof van Delaware, worden gehoord door een jury.

De claims van Huffington spruiten voort uit zijn investering van $20 miljoen in een door Carlyle ondersteund investeringsfonds in 2007. Het fonds werd een jaar nadat Mr. Huffington zijn geld investeerde, en na herhaaldelijke verzekeringen door Rubenstein en Carlyle dat zijn investering in een fonds, dat in overeenstemming was met de conservatieve en lage risico strategie van Huffington zou worden geplaatst.

In zijn klacht beweert Huffington dat hij investeerde nadat Rubenstein hem vertelde dat het "risico" van de investering "zeer beperkt" was. Huffington kwam lang na zijn investering te weten dat het investeringsfonds uiterst uitbuitend en riskant was. Huffington beweert dat, nadat hij zijn investering deed, Carlyle hem bleef verzekeren dat zijn investering veilig en conservatief was, dat hij volledig veilig zou zijn als hij de effecten zou behouden tot de vervaldag en dat de effecten "GEEN kredietrisico inhielden."  Vooralleer het Fonds werd opgedoekt, "was het zogezegd voor meer dan drieduizend procent geëxploiteerd." 

In een 43-pagina's tellende uitspraak, schreef  rechter Jan R. Jurden van het Hooggerechtshof van New Castle County Delaware, 'dat de wet slechts eist dat Huffington zelfs maar op gehoorsafstand van enkele concepten van oneerlijkheid' dient te komen. Dit in gedachten houdend '[a] praktijk kan misleidend zijn als redelijkerwijs gesteld kan worden dat het veroorzaakte dat de eiser zich anders gedroeg dan hij normaal zou gedaan hebben. ' Bijgevolg stelt het Hof, dat het hier waarlijk gaat om het feit of Rubenstein en Stomber's zogezegd falen om Huffington te informeren over de intentie het fonds te gebruiken als hefboom, een oneerlijke of misleidende praktijk vormt."

Drie dagen voor het Fonds werd opgedoekt werd Rubenstein nog aangehaald in de Wall Street Journal met, "Achteraf gezien was de hefboomwerking excessief." De prestatie van het Fonds daalde nadat het werd beïnvloed door een verlaging op residentiële hypotheekondersteunde effecten in 2008. Huffington verloor bijgevolg zijn hele investering. 

Het Hof stelde dat "het is aan de jury om te oordelen of de verdachten betrokken waren bij een 'oneerlijke of misleidende daad of praktijk" door het (zogezegd) falen om  [Huffington] te vertellen over het gebruik of de reikwijdte van het hefboomeffect en de jury moet ook oordelen of het overmatig hefboomeffect van het Fonds een oneerlijke of misleidende daad of praktijk vormt onder de toepasselijke wet. 

Als Huffington succes heeft met zijn claims, staat de wet hem toe om driemaal zijn schade te eisen evenals de proceskosten.

Achtergrond

Voormalig  Congreslid Michael Huffington (CA-22) ontmoette David Rubenstein op 20 october, 2006 in Boston waar Rubenstein Huffington voorstelde te investeren in het Fonds. Op 19 juli, 2009, startte Huffington initiëel een rechtszaak in het Hooggerechtshof van Suffolk County, Boston MA.  Deze zaak zal worden beslist onder de wet op oneerlijke en misleidende praktijken van Massachusetts, in het Delaware Gerechtshof omwille van een voorziening in het investeringscontract die eist dat alle geschillen moeten worden geprocedeerd in Delaware. De zaak is Huffington tegen TC Group, The Carlyle Group, Carlyle Capital Corporation, LTD., Carlyle Investment Management, LLC., en David M. Rubenstein. (C.A. No. N11C-01-030 JRJ CCLD)

Contact: Gregg Perry
gperry@perrypublicrelations.com
+1-401-331-4600(o) /+1-401-338-5076(m)

BRON Michael Huffington