Goedkeuring van de FDA voor eerste taxaangebaseerde chemotherapie zonder anthracycline in combinatie met Herceptin (TCH) voor patiënten met HER2-positieve borstkanker in een vroeg stadium

31 Mei, 2008, 02:30 BST Van Cancer International Research Group

EDMONTON, Canada, May 31 /PRNewswire/ --

- TCH (Taxotere, carboplatin, Herceptin) heeft een aanzienlijke verbetering aangetoond in ziektevrije overleving (Disease-Free Survival, DFS) en algemene overleving (Overall Survival, OS), in vergelijking met AC-T (doxorubicine en cyclofosfamide gevolgd door docetaxel) en een 5-voudige verlaging in de toxiciteit voor het hart in vergelijking met AC-TH (AC-T + Herceptin) bij vrouwen die een adjuvans krijgen voor HER2-positieve borstkanker in een vroeg stadium.

De Cancer International Research Group (CIRG), een afdeling van TRIO (Translational Research in Oncology), heeft vandaag aangekondigd dat de toezichthouder in de VS (de FDA) op basis van het BCIRG 006-onderzoek een nieuwe behandeling heeft goedgekeurd bestaande uit de chemotherapeutische geneesmiddelen Taxotere(R) (docetaxel) en carboplatin in combinatie met Herceptin(R) (trastuzumab) (TCH) als adjuvans (na de operatie) voor de behandeling van HER2-positieve (humane epidermale groeifactorreceptor 2) borstkanker in een vroeg stadium. Ook voor de AC-TH-kuur (doxorubicine en cyclofosfamide gevolgd door Taxotere en Herceptin), die eveneens is onderzocht in het BCIRG 006-onderzoek, is tegelijk goedkeuring gegeven.

Resultaten van BCIRG 006, het klinisch onderzoek, hebben aangetoond dat de TCH-kuur het risico van terugkeer van de ziekte met een derde heeft verminderd (HR=0,67 (hazard-ratio), 95% CI (betrouwbaarheidsinterval) [0,54-0,83], p=0,0003) in vergelijking met de AC-T-controlegroep. De experimentele AC-TH-behandeling heeft het risico van terugkeer van de ziekte verminderd met 39 procent (HR=0,61, 95% CI [0,49-0,77], p<0,0001) in vergelijking met de AC-T-controlegroep.

Het voordeel qua DFS van TCH en AC-TH was aanwezig ongeacht de leeftijd van een patiënte, de respons van de tumor op hormonen (hormoonreceptorstatus) en ongeacht uitzaaiing van de kanker in de lymfeklieren (nodale status). Er was geen statistisch significant verschil in DFS tussen de twee groepen met de experimentele behandeling (TCH en AC-TH).

Ook de OS is aanzienlijk verbeterd met de TCH-kuur: 34% verlaging in het risico van overlijden (HR=0,66, 95% CI [0,47-0,93], p=0,0182) in vergelijking met de AC-T-controlegroep. AC-TH ging eveneens gepaard met een verlaging van 42% in het risico van overlijden (HR=0,58, 95% CI [0,40-0,83], p=0,0024) in vergelijking met de AC-T-controlegroep. Er was geen statistisch significant verschil in OS tussen de twee groepen met de experimentele behandeling (TCH en AC-TH).

Bovendien was met de TCH-kuur het risico van congestief hartfalen vijf keer lager dan dat waargenomen met AC-TH (0,4%, 1,9% en 0,3% bij vrouwen behandeld met respectievelijk TCH, AC-TH en AC-T).

"De resultaten van het BCIRG 006-onderzoek geven ons een nieuwe keuze voor de behandeling van HER2-positieve borstkanker. Deze benadering benut ten volle de laatste moleculaire informatie over de HER2-wijziging waardoor wij de opmerkelijke voordelen van Herceptin kunnen behouden, maar bijna zonder bijwerkingen", aldus professor Dennis Slamon, professor en hoofd Hematologie en oncologie aan de UCLA in Los Angeles en voorzitter van CIRG. "De opzet van BCIRG, die in het begin als controversieel is onthaald, was gebaseerd op zuivere preklinische bewijzen die ons hebben aangespoord om een nieuwe combinatie van geneesmiddelen voor borstkanker te testen."

BCIRG 006

BCIRG 006 was een fase III, multicenteronderzoek uitgevoerd door de CIRG en gesponsord door sanofi-aventis (Parijs, Frankrijk) met bijkomende steun van Genentech (South San Francisco, VS).

Opzet van het onderzoek

3.222 vrouwen met HER2-positieve met aangetaste klieren en te opereren kliernegatieve borstkanker met hoog risico waren geregistreerd en willekeurig toegewezen aan een van de volgende behandelingen:

     
    - AC-T (n=1.073), de controlegroep met een kuur met anthracycline 
      bestaande uit doxorubicine (A, 60 mg/m2) plus cyclofosfamide (C,
      600 mg/m2) om de drie weken met vier cycli, gevolgd door 
      Taxotere(R) (T, 100 mg/m2) om de drie weken met vier cycli.
    - AC-TH (n=1.074), de groep met de experimentele kuur met 
      anthracycline bestaande uit AC om de drie weken met vier cycli, 
      gevolgd door Taxotere(R) (T, 100 mg/m2) om de drie weken met vier
      cycli plus Herceptin(R) (H, 4 mg/kg startdosis gevolgd door 2 
      mg/kg per week gelijktijdig met T) en dan Herceptin(R) als 
      monotherapie (6 mg/kg om de drie weken) voor een behandeling met 
      Herceptin(R) die na één jaar was voltooid. 
    - TCH (n=1.075), de groep met de experimentele kuur zonder 
      anthracycline bestaande uit Taxotere(R) (T, 75 mg/m2) plus 
      carboplatin (C; AUC 6 mg/ml/min) om de drie weken met zes cycli 
      plus Herceptin(R) (H, 4 mg/kg startdosis gevolgd door 2 mg/kg per 
      week gelijktijdig met TC) en dan Herceptin(R) als monotherapie (6 
      mg/kg om de drie weken) voor een behandeling met Herceptin(R) die 
      na één jaar was voltooid.

Het primaire eindpunt van het onderzoek was de vergelijking van ziektevrije overleving (DFS) tussen elke experimentele kuur (TCH en AC-TH) en de standaardchemotherapie op basis van anthracycline (AC-T).

Secundaire eindpunten waren de evaluatie van algemene overleving (OS) en van toxiciteit voor het hart. De eerste analyse (beschouwd als de primaire analyse) is voorgesteld tijdens het SABCS (San Antonio Breast Cancer Symposium) in 2006 en de geactualiseerde resultaten zijn meegedeeld tijdens het SABCS van 2007.

Resultaten qua doeltreffendheid

DFS was significant verbeterd met een derde (33 procent) bij de groep behandeld met TCH (HR=0,67, 95% CI [0,54-0,83], p=0,0003) en met 39 procent (HR=0,61, 95% CI [0,49-0,77], p<0,0001) bij de groep behandeld met AC-TH in vergelijking met de controlegroep behandeld met AC-T. Het voordeel qua DFS van TCH en AC-TH was aanwezig ongeacht de leeftijd van een patiënte, de respons van de tumor op hormonen (hormoonreceptorstatus) en ongeacht uitzaaiing van de kanker in de lymfeklieren (nodale status). Er was geen statistisch significant verschil in DFS tussen de twee groepen met de experimentele behandeling (TCH en AC-TH).

Ook de OS is aanzienlijk verbeterd met de TCH-kuur: 34% verlaging in het risico van overlijden (HR=0,66, 95% CI [0,47-0,93], p=0,0182) in vergelijking met de AC-T-controlegroep. AC-TH ging eveneens gepaard met een verlaging van 42% in het risico van overlijden (HR=0,58, 95% CI [0,40-0,83], p=0,0024) in vergelijking met de AC-T-controlegroep. Er was geen statistisch significant verschil in OS tussen de twee groepen met de experimentele behandeling (TCH en AC-TH).

Verdraagbaarheid

De meest voorkomende bijwerking was graad 3-4 febriele neutropenie (AC-T: 9,1%, AC-TH: 11,0%, TCH: 9,8%). Andere veelvoorkomende graad 3-4 bijwerkingen waren diarree (3,0% in de AC-T-groep, 5,1% in de AC-TH-groep en 4,9% in de TCH-groep) en infecties zonder neutropenie (7,0% in de AC-T-groep, 5,5% in de AC-TH-groep en 3,6% in de TCH-groep).

Het totale aantal gevallen van symptomatische hartaandoeningen en congestief hartfalen over 3 jaar (0,3%, 1,9% en 0,4% voor respectievelijk AC-T, AC-TH en TCH) was lager bij de TCH-groep dan bij de AC-TH-groep.

De Cancer International Research Group (CIRG) en Translational Research in Oncology (TRIO)

CIRG is een non-profitorganisatie voor wetenschappelijk onderzoek met kantoren in Parijs in Frankrijk en de provincie Alberta in Canada. Met een internationaal netwerk van 2000 onderzoekers en 450 kankercentra in meer dan 45 verschillende landen heeft de CIRG een aantal nieuwe en vernieuwende onderzoeken verricht wereldwijd voor de evaluatie van een systemische therapie voor kanker. De CIRG heeft in het recente verleden een samenwerkingsverband gesloten met het onderzoeksnetwerk Translational Oncology Research International aan de UCLA om TRIO (Translational Research in Oncology) te vormen. Naast een netwerk van toegewijde onderzoekers en diensten voor klinisch onderzoek omvat TRIO ook de Slamon/TRIO-laboratoria van de UCLA. Slamon en collegae hebben preklinische modellen ontwikkeld en aangenomen voor het valideren van moleculaire markers, de preklinische beoordeling van nieuwe biologicals en de aanduiding van het werkingsmechanisme van een middel. Dit preklinische werk genereert op zijn beurt de klinische hypotheses voor de toekomstige kankeronderzoeken van de groep bij patiënten. Deze translationele benadering is gebruikt bij BCIRG 006.

TRIO werkt aan de vooruitgang van translationeel kankeronderzoek met vernieuwende en gerichte therapeutica voor de klinische praktijk.

Meer informatie kunt u lezen op internet op http://www.trioncology.org

Website: http://www.trioncology.org

BRON Cancer International Research Group