'Plaatsing Baby J. in crisisopvanggezin in belang van het kind'

27 Nov, 2008, 17:43 GMT Van Raad voor de Kinderbescherming

UTRECHT, Nederland, November 27 /PRNewswire/ --

- Onderwerp Beschikking Rechtbank Zwolle

- Zaak 'Baby J.'

Raad voor de Kinderbescherming:

De Rechtbank Zwolle heeft vandaag Bureau Jeugdzorg Overijssel belast met de voorlopige voogdij over het kind dat bekend staat als 'Baby J.' De Raad voor de Kinderbescherming had de Rechtbank hier om gevraagd. De Raad heeft aan Bureau Jeugdzorg verzocht het kind in een crisisopvanggezin te plaatsen. Van daar uit kan in het belang van het kind een definitieve oplossing worden gerealiseerd. Gezien de nog zeer jonge leeftijd van baby J. heeft hij zich nog niet zodanig kunnen hechten aan de wensouders, dat uithuisplaatsing een bedreiging voor zijn ontwikkeling vormt.

Baby J. kwam afgelopen zomer uit België naar Nederland. Naar de precieze omstandigheden doen politie en openbaar ministerie op dit moment nader onderzoek. Vast staat dat het kind in België is aangegeven als was het een eigen kind van de wensouders. Het ouderlijk gezag dat zij hierdoor over het kind verkregen is naar het oordeel van de Raad onwettig.

Verduistering van zijn werkelijke identiteit is zeer schadelijk voor een kind. Het is voor een opgroeiend kind van fundamenteel belang helderheid te hebben over zijn ontstaansgeschiedenis. Een kind heeft daar op grond van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK) ook recht op.

Adoptie naar het buitenland is conform het Haags Adoptie Verdrag pas mogelijk wanneer geen geschikt vervangend gezin in het land van herkomst gevonden kan worden.

De biologische ouders hebben afstand gedaan van het kind, zonder dat ze de wettelijke verplichtingen in acht hebben genomen, die daarover in België gelden. Daardoor zijn er onvoldoende waarborgen voor een zorgvuldige afstand van het kind.

Het afgestaan zijn is voor een geadopteerde ingrijpend. Het is daarom belangrijk dat voor een geadopteerde helder is dat opgroeien bij de eigen ouders niet mogelijk was en dat (interlandelijke) adoptie de enige mogelijkheid was om wel in een gezin op te groeien. Daarom moet een rechter hierover beslissen.

Om een kind te adopteren moeten de Nederlandse aspirant adoptief ouders bovendien door de Raad voor de Kinderbescherming gescreend zijn op hun geschiktheid voor adoptie en op grond daarvan Beginseltoestemming hebben gekregen. Ook dat is hier niet gebeurd.

Baby J. is in strijd met de wettelijke voorschriften in het gezin opgenomen. De Raad voor de Kinderbescherming is van oordeel dat dit niet in zijn belang is. Voor de Raad staat het belang van het kind voorop. Veilige hechting en helderheid over ontstaansgeschiedenis spelen daarbij een grote rol. Het zal voor baby J. moeilijk zijn een onvoorwaardelijke vertrouwensband met de wensouders op te bouwen, nu die bij het verkrijgen van baby J. onbetrouwbaar zijn gebleken. Juist pleegkinderen, die per definitie kwetsbaar zijn, hebben recht op bijzondere bescherming en bijstand vanuit de overheid (art. 20 IVRK).

BRON Raad voor de Kinderbescherming