Studieresultaten laten zien dat onderzoeksmedicijn, Prasugrel, het risico op aan stents verwante stolsels vermindert met meer dan de helft vergeleken met Clopidogrel

29 Maa, 2008, 14:41 GMT Van Eli Lilly and Company

CHICAGO, March 29 /PRNewswire/ --

- Reducties waargenomen al na drie dagen en tot aan 450 dagen bij patiënten die stents kregen van ofwel bloot metaal ofwel medicijnen eluerende stents

Het antiplaatjesonderzoeksmedicijn prasugrel plus aspirine heeft een duidelijk en statistiek zeer significante reductie veroorzaakt in het risico op coronaire stenttrombose (ST) - een enorme zorg voor artsen en patiënten en met mogelijk dodelijke consequenties - bij patiënten die een stent ontvingen, vergeleken met een standaard behandeling met clopidogrel (Plavix(R)) plus aspirine (1,13 procent tegenover 2,35 procent, p<0,0001), volgens een stentanalyse van de rechtstreekse TRITON-TIMI 38-test.

De bevindingen werden vandaag gepresenteerd door Dr Stephen Wiviott, een assistant-professor medicijnen op Harvard Medical School en onderzoeker bij de studiegroep Thrombolysis in Myocardial Infarction (TIMI), bij de wetenschappelijke sessies van de Society for Cardiovascular Angiography and Interventions bij het American College of Cardiology's Innovation in Intervention: i2 Summit, in Chicago. Bovendien werd het manuscript tegelijkertijd online gepubliceerd door het Britse medische tijdschrift The Lancet.

In de TRITON-TIMI 38-test, waarvan de totale resultaten eerder zijn gepubliceerd, hadden 12.844 van de 13.608 opgenomen patiënten ten minste één intracoronaire stent ontvangen. Van die patiënten hadden er 6.461 een stent van bloot metaal (BMS) ontvangen, 5.743 patiënten hadden een medicijnen eluerende stent (DES) ontvangen en 640 patiënten hadden zowel een BMS als een DES ontvangen ten tijde van de opname. Stenttrombose was een vooraf gedefinieerd secundair eindpunt in de test.

Prasugrel reduceerde het relatieve risico op coronaire stenttrombose (een nieuw stolsel op de locatie van de geïmplanteerde stent) boven clopidogrel met 52 procent (1,13 procent tegenover 2,35 procent, p<0,0001). Bij patiënten die medicijnen eluerende stents (DES) hadden ontvangen, reduceerde de behandeling met prasugrel het relatieve risico met 64 percent boven clopidogrel (0,84 procent tegenover 2,31 procent, p<0,0001) en met 48 procent bij patiënten die stents van bloot metaal (BMS) hadden ontvangen (1,27 procent tegenover 2,41 procent, p=0,0009).

In de analyse was prasugrel consistent in de reductie van stenttrombose, vergeleken met clopidogrel, of de beoordeling nu vroeg gebeurde of laat (<30 dagen en groter dan of gelijk aan 30 dagen, tot aan 450 dagen, de mediaanduur van de behandeling), ongeacht het type stent dat was gebruikt (bloot metaal of medicijnen eluerend) en ongeacht welke definitie van een academisch onderzoeksconsortium (ARC) van stenttrombose werd gebruikt - definitieve/bevestigde stenttrombose, definitieve/bevestigde plus waarschijnlijke stenttrombose en definitieve/bevestigde plus waarschijnlijke plus mogelijke stenttrombose. Definitieve/waarschijnlijke stenttrombose werd binnen 30 dagen na het plaatsen van de stent met 59 procent gereduceerd bij met prasugrel behandelde patiënten (0,64 procent tegenover 1,56 procent, p<0,0001) en met 40 procent na 30 dagen (tot aan 450 dagen, 0,49 procent tegenover 0,82 procent, p=0,03).

"Stenttrombose is zeer ernstig, gezien het hoge risico op sterfte. In TRITON waren van de 210 patiënten met definitieve of mogelijke stenttrombose er 186 (89 procent) ofwel gestorven of ze hadden een hartinfarct ervaren als gevolg van de gebeurtenis," zei Francis Plat, M.D., vice president, clinical development, Daiichi Sankyo Company, Limited. "We waren opgetogen over de resultaten van deze studie en de mogelijkheid dat prasugrel eens een alternatieve behandeling zou kunnen bieden voor patiënten met ACS die PCI ondergaan en coronaire stents hebben gekregen."

Met prasugrel in vergelijking tot clopidogrel werd er een risicoreductie van 19 procent waargenomen bij alle patiënten die een stent hadden ontvangen (9,7 procent tegenover 11,9 percent, p=0,0001) in het primaire eindpunt van TRITON van cardiovasculaire sterfte, niet-dodelijke hartaanval of niet-dodelijke beroerte. Een relatieve reductie van 20 procent ten gunste van prasugrel werd waargenomen in het primaire eindpunt bij patiënten die alleen een stent van bloot metaal hadden ontvangen (10,0 procent tegenover 12,2 procent, p=0,003) en bij patiënten die alleen een medicijnen eluerende stent hadden ontvangen, toonden de resultaten een relatieve reductie van 18 procent in het primaire eindpunt ten gunste van prasugrel (9,0 procent tegenover 11,1 procent, p=0,019). Fatale stenttrombose vond plaats bij 18 (0,28 procent) patiënten die waren behandeld met prasugrel en 29 (0,46 procent) patiënten die waren behandeld met clopidogrel (p=0,10). Van belang is dat van de 210 patiënten met stenttrombose 89 procent ofwel stierf of een myocardinfarct had die werd geassocieerd met de gebeurtenis.

Het tempo van heftig bloeden was hoger bij alle patiënten die een stent hadden gekregen die was behandeld met prasugrel tegenover clopidogrel (2,4 procent tegenover 1,9 procent, p=0,06). Heftig bloeden in zowel de met prasugrel behandelde DES-groep als de BMS-groep lag in vergelijking tot met clopidogrel behandelde patiënten op 3 procent tegenover 2 procent (p=0,34 DES) en 2 procent tegenover 2 procent (p=0,09 BMS).

Naast een reductie in het primaire eindpunt (cardiovasculaire sterfte, niet-dodelijke hartaanval of niet-dodelijke beroerte) werd er een significant lager tempo waargenomen van het samengestelde eindpunt van cardiovasculaire sterfte, hartaanval of urgente revascularisatie van het doelkanaal (UTVR) met prasugrel tegenover clopidogrel voor zowel stents van bloot metaal (10 procent tegenover 12 procent, p=0,009) als voor medicijnen eluerende stents (9 procent tegenover 11 procent, p=0,004). Er werd ook een significante reductie gezien bij alleen een hartaanval (8 procent tegenover 10 procent, p=0,003, BMS en 7 procent tegenover 9 procent, p=0,006, DES). In met DES geïmplanteerde patiënten was er, zonder hen die alleen sirolimus eluerende of paclitaxel eluerende stents hadden ontvangen, een vergelijkbare grootte van de reductie van gebeurtenissen met prasugrel vergeleken met clopidogrel.

Voor de gehele groep was subacute stenttrombose (24 uur tot 30 dagen) 0,36 procent bij met prasugrel behandelde patiënten tegenover 1,19 procent bij met clopidogrel behandelde patiënten (p<0,0001). Met DES geïmplanteerde patiënten hadden lagere tempo's van stenttrombose in vergelijking tot met BMS geïmplanteerde patiënten en prasugrel bleek stenttrombose binnen de eerste drie dagen significant te reduceren bij met DES geïmplanteerde patiënten in vergelijking tot clopidogrel (0,14 procent tegenover 0,63 procent, p=0,003) evenals voor tromboses die plaatsvonden >30 dagen na de implantatie van DES (0,42 procent tegenover 0,91 procent, p=0,04).

"De risicoreductie die in deze analyse bij patiënten wordt gezien die zijn behandeld met prasugrel boven patiënten die zijn behandeld met clopidogrel is bemoedigend voor patiënten met een verhoogd risico met acuut coronair syndroom die met PCI worden behandeld," zei J. Anthony Ware, M.D., Lilly vice president voor cardiovasculaire/acute zorg.

Over de TRITON-TIMI 38-stentanalyse

TRITON-TIMI 38 was een multicentrische, toevallig verdeelde, dubbelblinde, parallel gegroepeerde, rechtstreekse klinische test in Fase III die de effecten van prasugrel met clopidogrel vergeleek bij patiënten met acuut coronair syndroom die een percutane coronaire interventie (PCI) hadden ondergaan. PCI is een procedure om verstoppingen in hartvaten te openen, waaronder door gebruik te maken van coronair stenten. De studie had 13.608 patiënten aangeworven op 707 testlocaties in 30 landen.

Het primaire eindpunt van de studie was om de effecten van prasugrel met clopidogrel te vergelijken op de samengestelde voorkomen van cardiovasculaire sterfte, non-dodelijke hartaanval of niet-dodelijke beroerte tijdens een mediaanperiode van 14,5 maanden na PCI. Wezenlijke secundaire objectieven waren rehospitalisatie voor een ischemische hartgebeurtenis; de noodzaak voor aanvullende procedures om de bloedstroom te herstellen (urgente revascularisatie van het doelkanaal) na 30 dagen; en stenttrombose. Wezenlijke eindpunten met betrekking tot de veiligheid omvatten niet-CABG heftig, levensbedreigend en licht bloeden, evenals de totale veiligheid en verdraaglijkheid van prasugrel.

Patiënten werden willekeurig ingedeeld in een van twee behandelgroepen en kregen een initiële dosis van ofwel 60 mg prasugrel of de goedgekeurde initiële dosis van 300 mg clopidogrel op elk moment tussen de randomisering en één uur na de voltooiing van de PCI-procedure, gevolgd door een dagelijkse handhavingsdosis van ofwel 10 mg prasugrel of 75 mg clopidogrel. Alle patiënten hebben ook een dagelijkse lage dosis aspirine gekregen.

Objecten die zijn aangenomen in TRITON zaten bij de stentanalyse als ze ten minste één coronaire stent hadden gekregen bij de randomisering en werden verder onderverdeeld op basis van de soorten stenten die ze hadden gekregen. Klinische uitkomsten, inclusief het eindpunt van de primaire studie, stenttrombose en zuiver klinisch voordeel (sterfte door alles/hartinfarct/beroert/heftig bloeden TIMI) werden beoordeeld door gebruik te maken van analytische overlevingstechnieken.

Analyses die alle 12.844 patiënten met stenten in overweging nemen, omvatten alle drie stentgroepen. Objecten werden geklassificeerd als ontvangers van stents van bloot metaal (BMS), medicijnen eluerende stents (DES) of een combinatie van de stenttypen op het tijdstip van de index-PCI. Analyses van DES en BMS afzonderlijk omvatten patiënten die respectievelijk alleen DES of alleen BMS hadden ontvangen en patiënten met een combinatie van stents (<5 procent van de testpopulatie) werden uitgesloten van de analyse van objecten met alleen BMS of DES als ze niet duidelijk binnen een van beide groepen pasten.

Over prasugrel

Daiichi Sankyo Company, Limited (TSE: 4568) en Eli Lilly and Company (NYSE: LLY) hebben in samenwerking prasugrel ontwikkeld, een oraal antiplaatjesonderzoeksmiddel dat is ontdekt door Daiichi Sankyo en zijn Japanse onderzoekspartner, Ube Industries, Ltd., als een potentiële behandeling, aanvankelijk voor patiënten met acuut coronair syndroom die zijn behandeld met PCI. Prasugrel werkt door de activering van plaatjes te remmen en het achtereenvolgend samenklonteren te blokkeren door de P2Y12-receptor van adenosine-difosfaat (ADP) op het oppervlak van het bloedplaatje. Antiplaatjesmiddelen voorkomen dat plaatjes samenklonteren of -kleven, wat kan resulteren in dichtgeslibte slagaderen en zou kunnen leiden tot een hartaanval of een beroerte.

Lilly heeft voor prasugrel in december 2007 namens zijn alliantiepartner Daiichi Sankyo een New Drug Application ingediend bij de Amerikaanse Food and Drug Administration en kreeg in februari door het reguleringsbureau een voorrangsbeoordelingsdesignatie toegekend. Lilly heeft in februari namens de alliantie ook voor prasugrel een vergunningsaanvraag voor het in de handel brengen ingediend bij het Europees Geneesmiddelenbureau.

Over Daiichi Sankyo Company, Limited

Daiichi Sankyo Company, Limited, in 2005 opgericht na de fusie van twee leidende eeuwenoude Japanse farmaceutische bedrijven, is een wereldwijd farmaceutisch innoverend bedrijf dat voortdurend innovatieve medicijnen genereert die de levenskwaliteit van patiënten over de hele wereld verrijken. Het bedrijf gebruikt zijn cumulatieve kennis en expertise in de gebieden van cardiovasculaire ziekten, kanker, metabolische stoornissen en infecties als basis voor de ontwikkeling van een uitgebreide lijst met producten en O&O-pijplijn.

Over Eli Lilly and Company

Lilly, een leidende door innovatie gedreven maatschappij, ontwikkelt een groeiend portfolio van eersteklas en de beste farmaceutische producten door het laatste onderzoek toe te passen van zijn eigen wereldwijde laboratoria en van samenwerkingen met eminente wetenschappelijke organisaties. Met het hoofdkantoor in Indianapolis, Indiana, biedt Lilly antwoorden - door medicijnen en informatie - voor enkele van 's werelds meest urgente medische noodzaken.

P-LLY

Dit persbericht bevat zekere vooruitzichten over het potentieel van de onderzoeksverbinding prasugrel (CS-747, LY640315) en weerspiegelt de huidige overtuigingen van Daiichi Sankyo en Lilly. Zoals bij elke farmaceutische verbinding die onder ontwikkeling is, bestaan er echter substantiële risico's en onzekerheden tijdens het proces van ontwikkeling en regulatorische beoordeling. Er is geen garantie dat de verbinding de regulatorische goedkeuring zal ontvangen, dat de regulatorische goedkeuring er zal komen vanwege de door de bedrijven verwachte indicatie(s) of dat latere studies en ervaring met patiënten consistent zal zijn met bevindingen uit studies tot op heden. Er is ook geen garantie dat de verbinding zich zal bewijzen commercieel succesvol te zijn. Zie voor verdere discussie van deze en andere risico's en onzekerheden het dossier van Lilly bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission en de dossiers van Daiichi Sankyo bij de Tokyo Stock Exchange. Daiichi Sankyo en Lilly nemen geen verplichting op zich vooruitzichten aan te passen.

(Logo: http://www.newscom.com/cgi-bin/prnh/20061120/DSLLOGO )

BRON Eli Lilly and Company