Word wakker voor nocturie

20 Apr, 2010, 13:02 BST Van Ferring Pharmaceuticals

BARCELONA, Spanje, April 20, 2010 /PRNewswire/ --

- Onderzoeken versterken het risico gepaard aan nocturie

Onderzoeksresultaten die vandaag besproken zijn tijdens de conferentie van de European Association of Urology - EAU, hebben het verband tussen nocturie en een groter risico van vallen en mortaliteit versterkt.

Uit een populatierepresentatief onderzoek uitgevoerd in Japan door Nakagawa en anderen werd geconcludeerd dat volwassenen met nocturie (gedefinieerd als twee of meer episodes van ontlasting/urinelozing per nacht) een aanzienlijk groter mortaliteitsrisico lopen dan volwassenen zonder nocturie, zelfs na correctie voor andere bijdragende factoren (bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, fysieke conditie).[1]

Daarnaast heeft een samenlevingsgebaseerd onderzoek door Parson en anderen bij 5.872 mannen van 65 jaar of ouder aangetoond dat bij volwassenen met matige of ernstige LUTS (klachten in de onderste urinewegen) het risico dat zij ten minste twee keer vallen, aanzienlijk groter is dan bij mensen met lichte LUTS. Volwassenen die 2 à 3 keer per nacht wakker werden wegens de behoefte aan ontlasting, liepen 21% meer risico om ten minste twee keer te vallen, terwijl bij volwassenen die 4 à 5 keer per nacht wakker werden voor ontlasting, het risico 63% hoger was. [2] Nocturie ging bij LUTS het meest gepaard met vallen.

"Deze onderzoeken hebben een aantal nieuwe en uiterst belangrijke inzichten in nocturie geleverd, voornamelijk dat het een ernstige medische conditie is die niet afgedaan moet worden als een kwestie van levensstijl. Het wordt tijd dat mensen in de gezondheidszorg en het publiek nocturie de aandacht geven die deze aandoening verdient", stelt dr. Raymond Rosen van de New England Research Institutes in de Verenigde Staten.

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat nocturie zeer verspreid is en dat tot 20% van volwassenen tussen 40 en 59 jaar deze aandoening heeft.[3,4,5] Dit percentage stijgt tot ongeveer 35% bij mensen ouder dan 60 jaar.[3] Nocturie onderbreekt de slaap herhaaldelijk en wordt in verband gebracht met meerdere negatieve gevolgen, zoals een aanzienlijke verlaging van de levenskwaliteit en een hogere morbiditeit.[6] Onderbroken slaap, veroorzaakt door nocturie, heeft niet alleen invloed op patiënten en hun partners, maar kan ook een negatief effect hebben op de maatschappij als gevolg van verminderde productiviteit en prestaties op het werk.[7,8,9]

"Het huidige gebrek aan kennis en begrip van nocturie betekent dat er vaak geen diagnose gesteld wordt van dit belangrijke probleem of dat het verkeerd behandeld wordt", is de commentaar van professor Philip Van Kerrebroeck van het Universitair Ziekenhuis Maastricht, Nederland.

"In veel gevallen wordt de aandoening onterecht gezien als niet meer dan een probleem met de blaas of prostaat, terwijl nocturie in feite een nierprobleem kan zijn. Wij hebben een benadering van twee kanten nodig. Artsen moeten de tekens en symptomen van de conditie herkennen en die op de juiste manier behandelen, maar patiënten moeten zich ook bewust zijn van de klachten, zodat zij naar hun arts kunnen gaan zodra zij zich zorgen maken. Het is belangrijk dat patiënten weten dat hun conditie behandeld kan worden en dat zij niet in stilte hoeven te lijden."

Verder onderzoek zal nodig zijn om vast te stellen of een passende behandeling van nocturie het verband tussen de conditie en andere chronische ziekten kan verminderen.

Als onderdeel van pogingen tot voorlichting dat nocturie een op zichzelf staande conditie is, is de aandoening onlangs toegevoegd aan de officiële EAU-richtlijnen. Het nieuwe hoofdstuk over niet-neurogene LUTS, inclusief nocturie, omvat nu informatie over diverse mogelijke behandelingen voor LUTS, waaronder alfablokkers en 5-alfa-reductaseremmers. Het hoofdstuk vestigt ook de aandacht op de rol van desmopressine als de enige therapie die zich speciaal richt op nocturie en de belangrijkste oorzaak, nachtelijke polyurie, en geeft een aanbeveling van niveau 1, graad A.[10]

De onderzoeken

Verband tussen nocturie en mortaliteit bij een populatie van ouderen van 70 jaar en ouder wonend in een gemeenschap: resultaten van een 3 jaar durend prospectief onderzoek met cohorten in Japan (Nakagawa en anderen).

De auteurs hebben een uitgebreide geriatrische analyse gemaakt van alle bewoners van 70 jaar en ouder in 2003 in een stedelijke agglomeratie in het noorden van Japan. Het populatiegebaseerde steekproefonderzoek werd uitgevoerd via een uitgebreid interview over de gezondheid met elke deelnemer. Mortaliteit is onderzocht over een periode van 3 jaar met gebruikmaking van het nationale systeem van ziektekostenverzekering. Verschillen in overleven gelaagd volgens de aanwezigheid/afwezigheid van nocturie (2 of meer ontlastingen/nacht) werden beoordeeld met behulp van de Kaplan-Meier-curve. De statistische significantie werd berekend met behulp van de log-rank-toets. Het risico van mortaliteit met of zonder nocturie werd vergeleken aan de hand van het multivariate proportioneel hazard-model van Cox variërend over tijd.

Symptomen in de onderste urinewegen verhogen het risico van vallen bij oudere mannen (Parsons en anderen)

De auteurs hebben 5872 mannen van 65 jaar en ouder in een samenleving geëvalueerd die hebben deelgenomen aan 'Osteoporotische breuken bij mannen', een prospectief onderzoek met cohorten van risicofactoren voor vallen en osteoporosefracturen. Het primaire resultaat was het cumulatieve aantal gevallen na 1 jaar van vallen bij mannen met matige of ernstige LUTS vergeleken met lichte LUTS aan de baseline, gemeten met de American Urological Association Symptom Index. Zij hebben regressiemodellen van Poisson gebruikt en hebben meerdere mogelijke verstorende variabelen in overweging genomen.

    
                                        2-3 ontlastingen/   4-5 ontlastingen/
                                                nacht               nacht
    Relatief risico van minstens één val         11%                 33%
                                             (RR 1,11,           (RR 1,33,
                                          95% BI, 1,01-1,22)   BI 1,15-1,53)

    Relatief risico van minstens twee keer vallen  21%                 63%
                                             (RR 1,21,           (RR 1,63,
                                            BI, 1,05-1,40)     BI, 1,31-2,02)

    
    Referenties

    [1] Nakagawa et al. J Urol 2009;181(Suppl):8
    [2] Parsons et al. BJU Int 2009;104:63-68
    [3] Irwin DE, Milsom I, Hunskaar S et al. Population-based survey of 
        urinary incontinence, overactive bladder, and other lower urinary 
        tract symptoms in five countries: results of the EPIC study. Eur Urol 
        2006; 50:1306-1315
    [4] Yoshimura K, Terada N, Matsui Y, Terai A, Kinukawa N, Arai Y. 
        Prevalence of and risk factors for nocturia: Analysis of a health 
        screening program. Int J Urol 2004;11: 282-287
    [5] Brieger GM, Yip SK, Hin LY, Chung TK. The prevalence of urinary 
        dysfunction in Hong Kong Chinese women. Obstet Gynecol 1996; 
        88: 1041-1044
    [6] Asplund R. Nocturia in relation to sleep, somatic diseases and 
        treatment in the elderly 5. BJU Int 2002; 90: 533-536
    [7] Bolge SC, Doan JF, Kannan H, Baran RW. Association of insomnia with 
        of life, work productivity, and activity impairment. Qual Life Res 
        2009; 18: 415-422
    [8] Bolge SC, Balkrishnan R, Kannan H, Seal B, Drake CL. Burden 
        associated with chronic sleep maintenance insomnia characterized by 
        nighttime awakenings among women with menopausal symptoms. Menopause 
        2010; 17: 80-86
    [9] Kobelt G. Health-economic issues in nocturia. BJU Int 1999; 84 Suppl 
        1: 29-32
    [10] European Association of Urology Guidelines - 2010 edition

BRON Ferring Pharmaceuticals